De reis door de Zwitserse Alpen Deel 2

De reis door de Zwitserse Alpen Deel 2

Tekst en Fotografie: Johan Leenders
Dit keer ging de reis naar het kanton Graubunden in centraal Zwitserland. Als eerste kwamen wij bij het Vierwaldstättersee het vijfde grootste meer Zwitserland. Deze zee is 214 m diep en 113 vierkanten km groot met zeven hoofdbekkens en vele Vertakkingen en hoeken. De naam stamt van het kernland van de eedgenoten uit de vier Woudsteden Uri-Schwyz Unterwalden en Luzern. Het meer word omringd door indrukwekkende bergmassieven, zoals de Rigi Uri-Rotstock en de Pilatus. Langs de beschutte noordelijke oever is een weelderige plantengroei. Bijzonder boeiend is een rondvaart per boot. Je komt dan langs alle belangrijke plaatsen langs de oever en het natuurschoon van het meer.

Altdorf 458m
Altdorf, met 8500 inwoners, is het hoofdstadje van het kanton Uri, 3 km ten zuiden van de Vierwaldstättersee Klausenpass en de Gotthardweg. De rivier die langs deze stad loopt is de Reuss en komt uit in het meer van Luzern. In deze stad staan prachtige middeleeuwse herenhuizen. De in deze stad wonende legendarische kruisboogschutter Willem Tell weigerde in 1307 de Landvoogd te groeten, werd gevangen en op het plein te kijk gezet als symbool van de heersende Habsburg. Hij kreeg het bevel om een appel van het hoofd van zijn zoon te schieten, waarop hij twee pijlen pakte schoot de appel van het hoofd en zijn zoon “hij overleefde het.”op de vraag waarom die tweede pijl antwoordde hij: ‘als ik mijn zoon gedood had was deze voor jou geweest’. Hier op werd hij gevangen genomen en over de Vierwaldstättersee afgevoerd. Tijdens een storm wist hij te vluchten naar Küssnacht en kreeg later toch de kans om de gehate landvoogd met zijn kruisboog te doden.

Het grootste deel van de bergweg tussen Gadman en de Sustenpass is tussen 1938 en 1946 aangelegd door vluchtelingen uit Europese landen. Het uitzicht over de gletsjer, de Tierberg is 3447 meter hoog, en de Gwatchhorn 3420 meter, is met een woord geweldig met al die gletsjers en bevroren watervallen. Deze pass is het mooist tussen de Himmelrankkloof en de tunnel onder de pass. De Sustenpass daalt af door de weiderijke Meiendal naar de plaats Wassen. Dit hele gebied is door steile bergwanden omringd en mag wel tot een van de mooiste natuurgebieden van Zwitserland genoemd worden, wat jaarlijks veel toeristen trekt, vooral wandelaars en natuur liefhebbers. Bij Wassen gaat de weg weer omhoog, door de Schollenenkloof en over de Tauffelsbrücke. Op deze brug herinnert een kruis aan de veldslag tussen de Russische en de Franse troepen in 1799. Deze pass op een hoogte van 2224 meter is een van de mooiste wegen door het Zwitserse hooggebergte. Alleen op het moment dat wij er waren in de maand september was het hier bar koud met natte sneeuwbuien.

Zilles 945 meter
Is een vriendelijk dorpje in het met sagen omsponnen Schamsertal. Van uniek belang voor de Europese kunstgeschiedenis is de Romaanse 12”eeuwse Martins kerk. De kerk heeft een eenvoudig interieur, met de beroemde in vakken verdeeld houten plafond, waarop 153 schilderingen (1130-1140) het leven en werk van Christus is weergegeven. De maker van al dit mooist is onbekend, maar recente onderzoekingen wijzen in de richting van Lopicinus, een schilder uit Chur.

Het Dorpje Andermatt 1436 meter
Waar komt de naam Andermatt vandaan?? Dit zal ik jullie vertellen. De naam Andermatt komt van de “Ander-Matte dit dorp werd gebouwd op een grasveld in het hooggebergte rond 1200. In deze tijd werd er ook een weg aangelegd tot aan de Gotthardpass. In 1937 bouwde men de eerste skilift en groeide dit dorp uit tot een waar winterparadijs, Andermatt is daarmee een van de belangrijkste skigebieden in Wallis en Graubunden. Op het eerste gezicht maakt dit dorp een trieste en sombere indruk, nadere inspectie leert dat het een gezellig en charmant dorp is, met veel oude huizen en een sfeer van vergane glorie. Langs de hoofdstraat en het plein staan 16-17”eeuwse huizen met typisch geklede gevels, tussen de dorpskernen en de Nederrausse staat het barocke kerkje uit 1695. Andermatt is strategisch gelegen op het kruispunt van drie passen de Susten-Furka en de Grimselpass. Dit dorpje telt 1800 inwoners.

Via-Mala
De Romeinen noemde dit de slechte weg. Ligt aan de 5 kilometer lange weg tussen Thusis en Zillis-Reischen in het kanton Graubunden. De weg loopt door een diepe kloof van de Hinterrhein ten zuiden van Thusis waarvan de wanden honderden meters hoog zijn. Het was in de middeleeuwen een gevaarlijke en beruchte route naar Chur en de San-Bernardinopass het is een indrukwekkend zelf griezelig landschap. Trappen leiden de toerist naar de bodem van de kloof waar onder ander een interessante gletsjermolen met draaisteen te bewonderen zijn. Zo’n gletsjermolen ontstaat door draaiende bewegingen van vast materiaal in een smeltwaterstroom. Deze veroorzaken een gat in de bedding van de gletsjer.

Fluëlapass is een hoge bergpass  van 2383 meter hoog, ligt tussen de Fluëla-Weisshorn van 3085 meter hoog in het noorden en de Schwarzhorn van 3146 meter hoog in het zuiden. De pass werd in 1867 geopend. In 1988 werd begonnen met een tunnel van Klosters naar Susch, hierdoor zal de pass alleen nog toeristische waarde behouden. De weg loopt naar beneden door het dorre Fluëlatal naar Davos. Hierna volgen nog enkele tunnels in de Zügen-Engte  waarna de weg de mooie landwasserkloof inloopt. Links van deze weg zijn fraaie panorama’s te zien. Vlak voor Tiefencastel ligt de Abulapass.

Oberalpass
Iets ten noorden van Andermatt vormt de Oberalpass de overgang naar het dal van de Vorderrhein. Deze pass vormt tevens de grens van de kantons Graubunden en Uri. Bij het plaatsje Tschmut begint het Rheindal dat loopt met een grote boog in Noordwestelijke richting tot aan de Bodensee. Verderop word het dal steeds breder, maar hier zijn er nog de met gras bedekte terrassen die in oude tijden door het water uit de rotsen geslepen zijn .

De San Bernadinopass
Bij Nufenen ligt op een hoogte van 2066 meter de San Bernadinopass en werd vermoedelijk al in de bronstijd gebruikt. De pas dankt zijn naam aan San-Bernadino von Siena die in de 15e eeuw in dit gebied preekte. In dit gebied heb je de scherpe piek van de Pizzo-Uccello (vogelsberg van 2744meter). In het westen heb je een prachtig uitzicht over het Abulage gebergte. Op het hoogste punt van de pass kun je genieten van een schitterend meer.

Engedinetal
Zondermeer is dit gebied een van de mooiste van Zwitserland met 140 inwoners. Guarda is hier het mooiste dorp op 1653 meter hoogte. Dit dal loopt van de Majolapass naar de grens met Oostenrijk. De naam Engedine stamt van de rivier de En (of Inn) die overloopt in de Donau. Het Engedine gebied is erg in trek voor toeristen,vele bezoekers bezoeken dan ook de oude dorpjes waarvan de voertaal Retroromaans is. Het bekendste dorpje is Guarda met een fraaie collectie van oude boerderijen waarvan de gevels zijn versierd met S’graffito, een soort pleister techniek. De huizen staan aaneen in een smalle straat en hebben bovendien mooi geschilderde gevels en kleurrijke familie wapens boven de hoofdingang. Duidelijk herkenbaar beïnvloed door het buurland Tirol (Oostenrijk) alleen zie je niet zoveel bloemenpracht in de vensterbanken als in Tirol. Het dorpje Scuol mag er ook wezen. Dit dorp het een groot sneeuwzeker skigebied in de Engadine Dolomieten op een hoogte van 2785 meter.Vanuit het dorp kun je met een gondel naar de hoogalpine Motta-Naluns gebracht worden waarna je een schitterende afdaling maakt van 12 kilometer naar de dorpjes Scuol en Sent.

Ardez
Ook in dit dorp zie je veel muurschilderingen en versierde huizen uit de 16”eeuw met veel Venetiaans smeedwerk. Het dorp is ongeveer 350 jaar oud. In het dorp staat een mooie kerk het rare is je ziet in deze kerk zoals meerdere kerken in dit gebied geen Jezus of kruis. Midden in de smalle dorpsstraat staat het schitterende beschilderde huis Clalgüna uit 1637 met op de poort de afbeelding van Adam en Eva.

Andeer
Dit dorpje van 750 inwoners ligt op 1000 meter verscholen in het Schamserdal,tussen de Via Mala en de Roflaschlucht. Vroeger was het een kuuroord, maar tegenwoordig zowel zomers als s’winters een sportcentrum. Boven het dorp staat een ruïne van het Fardun kasteel, de vroegere residentie van de Gouveneurs van het dal. Volgens de overlevering liep in de 15e eeuw een van de minder begaafde Gouveneurs bij boer Johann Caldar naar binnen en spoog in zijn soep, hierop pakte Caldar hem bij zijn strot en douwde zijn hoofd in de kokende vloeistof, dompelend schreeuwde hij: “geniet zelve van de soep die ge heb gekruid”. Daarop wurgde hij hem.

Vaduz
Tijdens deze tocht door de bergen kwamen we op het idee een dagje naar Liechtenstein te gaan, we waren er ten slotte in de buurt. Vaduz is de hoofdstad van het prinsendom Liechtenstein een bescheiden stadje met wat moderne woonhuizen en enkele chaletachtige gebouwen. Het enige architectonisch interessante gebouw is het enorme kasteel, de residentie van de Koninklijke familie. Het staat op een rots met uitzicht over de Rijn. Het kasteel stamt uit de 12e eeuw de hoofdtoren en de gebouwen aan de oostkant zijn de oudste delen van dit kasteel. De 16e eeuwse muren van de noord oostelijke ronde toren zijn 4,5 meter dik. Door de ligging aan de bergweg met de nodige druivenranken naar het oude plaatsje Triesenberg kan men het kasteel goed bekijken. Liechtenstein is echter meer dan de speeltuin van de inderdaad zeer rijke Koninklijke familie. Het is een verlichte democratische monarchie, waarin de macht door het volk en de prins word verdeeld. De eerste vorst die dit land regeerde was Karel 1 , 1569-1627. Prins Franz Joseph 11 was de twaalfde monarch sinds de stichting van het prinsendom in 1709. Het staatje telt 29000 inwoners die op een oppervlakte van 160 vierkante kilometer wonen. Dit kleine prinsendom is sterk met Zwitserland verbonden, hier word gebruik gemaakt van het zelfde geld en er zijn tussen deze twee landen geen grensformaliteiten. Toch is Liechtenstein een onafhankelijk land met een eigen grondwet.Vanaf 1989 tot heden regeert de vorst Hans Adam 11 dit staatje.

Passo di Stelvio  Italië
Tijdens onze reis vonden we het ook leuk om een dagje net als Liechtenstein naar Stelvio te gaan. Dit is een plaatsje net over de Zwitserse- Italiaanse grens. Het dorp telt 5000 inwoners en ligt op een hoogte van 915 meter. En het heeft zich, door de gunstige ligging aan de toegang van het brede beboste dal van de Solda ontwikkelt tot een van de grootste vakantie oorden van Italië, waardoor het oude dorpsbeeld jammer genoeg verloren is gegaan. Bezienswaardig is het St Johann kerkje uit de 13”eeuw met een karakteristieke ronde apsis in romaanse stijl. Vanuit het plaatsje Gomagoï gaat de weg omhoog naar Stelvio (in het Duits Stilfersjoch) en kan men een interessante tocht maken naar de M Cavallaccio op een hoogte van 2764 meter. Deze niet zo’n bekende top biedt een prachtig uitzicht op Ortlesgroep in het zuiden de Bernadinagroep verder weg in het zuidwesten, en de Oetztaleralpen in het noorden. Dit is een niet al te makkelijke tocht voor de echte liefhebber, ook al omdat het pad niet gemarkeerd is, de oriëntatie daarin tegen is wel makkelijk. Van het kronkelige landweggetje ten zuiden van Stelvio takt het noordwaarts af en stijgt via de Stilfersalm naar de top.

De pass Stilfersjoch van 2757 meter hoog, komt net 12 meter te kort om de hoogste pass van Europa te kunnen zijn. Deze weg telt maar liefs 80 haarspeldbochten waar van meer dan de helft aan de oost zijde. Een hellingpercentage van 15% en een lengte van 27 kilometer. Boven aan de pass staat een groot hotel met de nodige souvenirs winkels ook word je door schreeuwende Italianen begroet die proberen jou een broodje braadworst te verkopen wat trouwens goed te eten is. Vanaf hier gaat er ook een gondelbaan in zuidelijke richting naar de rif Monte Livrio van 3157 meter hoog. Van daar loopt een pad omhoog boven het dal van de Trafoi naar fürkelhütte het eindstation van de stoeltjes lift.

In een volgend artikel zal ik proberen iets te schrijven over mijn reis naar Cornwall in het zuiden van Engeland .